kerk_bomen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Zondag 7 april 2019

mozart op zondag

Concert in de kapelzaal van Koningsoord
in Berkel-Enschot
o.l.v. van dirigent Maarten Koelink


Begeleidingsorkest: 4 strijkers en orgel.

Een uurtje Mozart

Een gestoorde nachtrust ging eraan vooraf. Of misschien was het wel de nachtrust van een gestoorde. Van iemand die denkt dat de keuze uit muziek en slecht weer gemakkelijk in zijn voordeel uitvalt. Dat was ík dus. 
Maar toen ik de gordijnen opzij schoof en een stralende dag zag opbloeien, verdween mijn vermeende winst als sneeuw voor de zon. De vogels zongen al uitbundig - die hebben geen behoefte aan een groot publiek - en later, op weg naar Koningsoord, danste een vrolijke citroenvlinder voor me uit. Gewoonlijk wil ik daar wel een goed voorteken in zien. Nu niet. Ik vreesde met groten vreze.

Ze druppelden binnen tegen drieën, opgetrommelde familie, nostalgische oud-leden, vrienden die ons nu wel eens wilden horen en liefhebbers die van muziek nog net iets meer genieten dan van prachtig voorjaarsweer. Uiteindelijk zat er toch nog een flink aantal luisteraars.


mozCisca (viool 1), Iris (viool. 2), Katrien (alt) en Gudrun (cello) waren er klaar voor en Thed zat te popelen om het mooie kistorgel te bespelen. Na een extra repetitie op een zaterdagmorgen was er ook bij het koor vertrouwen gekomen. En dat was nu te horen. Zestig uur zwoegen, zuchten en zoekend zingen monden uit in één uur enthousiast musiceren. 

Dat bleek wel uit de lovende reacties achteraf. Tijdens de uitvoering voel je globaal wel dat het redelijk gaat, maar het is een wankele zekerheid. Elk foutje van een ander, maar vooral van jezelf brengt een korte sensatie van paniek. Maar op hetzelfde moment herpak je je. Even later besef je dat er geen cd wordt opgenomen. En trouwens, Mozart zelf zal heel blij zijn geweest dat we na 250 jaar nog iets van zijn muziek laten horen, überhaupt.

In de prachtige ambiance van de voormalige trappistinnenkapel kwamen ook de intermezzi van het orkest prachtig tot hun recht. De akoestiek en de intieme sfeer maakten het geheel tot een bijzonder evenement.

De zusters, nu in Oosterbeek in hun nieuwe klooster, hebben ongetwijfeld meegeluisterd. Waarschijnlijk hebben ze gedacht dat wij het over hen hadden toen we tot vermoeiens toe de Heer smeekten om ons niet teleur te stellen, van z’n langzalzeleven niet: Non, non, non confundar in aeternum.

Voorlopig heeft Hij ons verhoord, zullen maar denken. In ieder geval op deze 7de april.



Berkel-Enschot, 8 april 2019.

 




Concert
t.g.v. het 25-jarig jubileum van dirigent Maarten Koelink

in de Sint-Petrusbasiliek te Oirschot


Begeleidingsorkest, bestaande uit strijkers, blazers, pauken en orgel
Soliste:Evelyne Bohen, sopraan

Strik

De relatie tussen mijn deftig koorstrikje en mij lijkt wel een beetje op menig modern huwelijk. Het beëindigen blijkt aanmerkelijk makkelijker dan het beginnen. Op zondagavond na het feest rol ik de twee friemelbandjes om het midden tussen de vleugeltjes, de Flügel des Gesanges, en leg de strik met een zucht in het originele doosje. Ik voel me opgelucht en weemoedig tegelijk. Achter het doorkijk-dekseltje liggen de herinneringen, zichtbaar alleen voor mij.

Deze ligt bovenop:
Na maanden van voorbereiding door dirigent, koor en bestuur was daar ‘de dag die je wist dat zou komen’. En wat een tumultueuze dag werd het! Alle ingrediënten voor een veelbelovende repetitie op zaterdag waren aanwezig: een gevarieerd programma, een veelkoppig orkest, een gedreven koor, een bekwame soliste, een energieke dirigent, een fantastische ambiance, de organisatie perfect. Dat optimisme kreeg een flinke knauw toen de generale voor geen meter liep. Totale mislukking dreigde. Het klonk allemaal nergens naar. Kakafonie, ketelmuziek. Alleen bijgelovigen (slechte generale = goede uitvoering) en wereldvreemde optimisten (was de vorige keer ook zo) zullen van zaterdag op zondag misschien wél goed geslapen hebben.

Hoe dan ook, ze kregen gelijk.
Het werd het grote feest waarmee Maarten gehuldigd en gewaardeerd zou worden. Perfect was het concert natuurlijk niet, iedereen liet wel ergens een steekje vallen, maar de volle kerk - volle kerk! – leek het niet op te merken. Het publiek genoot van het programma, dat voor iedereen wel iets te genieten bood. Van middeleeuwen tot nu, religieus en werelds, ingetogen en uitbundig, piano en fortissimo.

Velen kwamen om half vijf naar het Hof om de jubilaris te feliciteren. Langzamerhand verdwenen hij en zijn gezin achter een muur van cadeautjes die hij ‘s avonds in zijn auto, schokbreker-tartend, mee naar huis genomen zal hebben. Dik verdiend trouwens.

De dag werd afgesloten met een gezellig en smakelijk diner, dat werd opgeluisterd met een paar toepasselijke liederen en - als hoogtepunt - een lovende speech van de voorzitter, die Maarten het cadeau van zijn koor aanbood, een kunstwerk van Hans van Eerd. De bronzen maestro dirigeert met gestrekte armen, dito pink en een streng stokje een onzichtbaar, maar ons welbekend koor. (Elke gelijkenis met een bestaande persoon berust geheel op opzet.) Een langdurig applaus onderstreepte hoe zeer het koor het eens was met de woorden van Hans. We hopen hem nog lang bij ons te houden.

Voor mij begint dat koor steeds meer op een familie te lijken. Ik heb dan ook besloten de moeizame relatie met het bordeauxrode strikje volgend jaar toch maar weer een kans te geven. Sommige dingen moeten nou eenmaal.

En overal is wel eens wat, toch?!

 

Albert.



Concert in kerstsfeer
in de Sint-Petrusbasiliek te Oirschot


Begeleidingsorkest, bestaande uit strijkers, blazers en harp
Soliste: Renske de Leuw, harp
Directie: Maarten Koelink

Bethlehem

Het doel was duidelijk. Ons reisplan vermeldde maar één plaatsnaam: Bethlehem, waar de helderste ster stond. Er kon dus eigenlijk niks misgaan, zou je zeggen. Maar wat een prettige wandeling had moeten zijn, dreigde een barre tocht te worden.
Het begin zag er zo aantrekkelijk uit. Een leuke route langs dennenbomen, een juist ontloken roosje, hier en daar wat simpele herders en boven ons de twinkelende sterren. Overal en altijd weer zingende engelen die niet moe werden bij voortduring ‘alleluja’ te zingen.

En dan, slechts een paar mijlen voor het eindpunt moest onze leidsman een pas op de plaats maken. Sterker nog, zelfs die pas kon hij niet meer zetten. We stonden in een kring om hem heen, geschrokken, geschokt, ontmoedigd en radeloos. We hadden Bethlehem zien liggen, vlak voor ons, stil, in vredige rust en nu leek het weggedreven de weidse ruimte in. Onbereikbaar haast. Het woord fata morgana viel, of misschien heb ik het alleen maar gedacht. Hoe dan ook, het duurde lang voor we enigszins bekomen waren. Dapper wijzigden we het woord afstel in uitstel. We verwittigden de Bethlehemse harmonie, die al klaar stond om ons te verwelkomen. De boodschap kwam hard aan, ook bij hen. Zwijgend pakten ze hun instrumenten in en ze maakten zich mismoedig gereed voor de thuisreis. Maar over een jaartje - wat is nou helemaal een jáártje – zouden ze alles weer uitpakken, dat beloofden ze, allemaal.

De lange mars naar Bethlehem ging verder, door regen en wind, zon en vrieskou, elke maandag een stapje verder, elke maand weer dichterbij. Soms ging het moeizaam en verlangde menigeen naar ‘an everlasting rest’. Dan wezen we elkaar op al die dingen, bright and beautiful, die in de wegberm stonden, op het rijpe fruit in de boomgaarden en op de paars gekleurde bergtoppen in de verte.

Maar de reis vorderde traag, te traag. En langzaam groeide het besef dat we Bethlehem niet zouden bereiken. We moesten genoegen nemen met Oirschot. Bijna net zo mooi, eigenlijk, vonden sommigen.

Maar wel koud. Bitterkoud. De hoorniste kon geen fatsoenlijke toon produceren, de bassist tokkelde met handschoenen aan en de ijspegels priemden uit de klarinetten. Zing maar eens als je Siberisch staat te klappertanden. Het was niet om aan te horen.

Hoe anders ging het die zondag de 17de, een week later. Tussen de banners door kwamen heel wat belangstellenden de tot Bethlehem omgetoverde baseliek binnen om er anderhalf uur later in ontroerde kerststemming te vertrekken. Koor en orkest hadden een prachtige eenheid gevormd. De harpsolo’s wervelden door de hoge ruimte en de liederen – nieuw en oud, vreemd en bekend, moeilijk en simpel, klonken zoals Oirschot van zijn Gemengd Koor gewend is. En bij de samenzang wilden de luisteraars, gesteund door trompetgeschal, maar al te graag deel uitmaken van een maxikoor met orkest .

En onze leidsman? Hij stond er weer als van ouds. Met plezier, met overtuiging en verve, met schwung en aandacht. Net als bij Maestro.

Albert.

 

Op de morgen van de 17de hoorde ik een totaal ander werk van Rutter, het Magnificat.
Voor wie een indruk wil krijgen van dit vrolijke werk:
https://www.youtube.com/watch?v=ChdPI7H-DI0




Zondag 12 juni 2016

Een Reis door Europa


Liederenconcert in de Kapel van de Franciscanessen
samen met
Pennings MeLoDie Saxofoonkwartet

Kwartet spelen in de kapel.

Alsof er een immens orgel bespeeld werd, zo klonk het saxofoonkwartet in de lege kapel, vlak voor de repetitie. De galm was overdonderend, de muziek daverde verviervoudigd. Alleen veel concertbezoekers konden die overmatige echo's tot aanvaardbare proporties verminderen.

En alleen daarom al waren de meer dan honderd aanwezigen zo welkom op de zondagmiddag van de uitvoering. Maar ook, omdat we daaruit opmaakten dat er veel belangstelling was voor het koor en in het bijzonder voor de zeldzame combinatie van een saxofoonkwartet met een gemengd koor, een idee van Maarten Koelink.

Het heeft hem overigens wel heel wat hoofdbrekens gekost om een geschikt programma uit te vogelen en vooral om passende arrangementen te schrijven. Het bleef spannend tot de generale repetitie. Toen pas werd duidelijk hoe mooi het samenspel in de kapel klonk.

De nacht voor een uitvoering slaap ik altijd minder goed. Je weet immers nooit. Maar gelukkig, ook op het beslissende moment bleek alles te kloppen: de avontuurlijke keuze van Europese liederen, het samenspel met Pennings MeLoDie Saxofoonkwartet, de afwisseling tussen serieuze en luchtiger muziek als het kwartet alleen speelde. Nog altijd was er galm en buiten was er een onweer met 20 millimeter regen. Maar binnen zaten onze luisteraars te genieten van het gebodene, dat wij door de vele stemmings- en stijlwisselingen zo lastig hadden gevonden maar nu na veel oefening en in uiterste concentratie prima ten gehore brachten.

Groot enthousiasme was er voor de Klezmer Wedding en de Tango Virtuoso door het saxofoonkwartet; evenals voor Gabriellas sång, de uitsmijter, waarmee we in gezamenlijk optreden al onze kwaliteiten lieten horen.
Na het lange applaus konden we met een gerust hart alle luisteraars op de koffie vragen.

Een aanwezige half-Zweedse verzekerde me dat de uitspraak van 'haar' liederen heel niet slecht was. Het klonk echt Zweeds, zei ze.
Poetin liet via zijn woordvoerder weten dat hij het een provocatie vond dat we boven een Russsisch lied een Engelse titel geplaatst hadden en dat het bovendien van weinig respect getuigde dat we niet de moeite hadden genomen om Kyrillische letters te zingen.
Mijn vriendin Angela daarentegen was euforisch en zo goed als sprakeloos. Ontroerd en vol bewondering keek ze me liefderijk aan en fluisterde: All mein Gedanken, die ich hab', die sind bei dir.

Vreemd, afgelopen nacht heb ik wéér niet zo goed geslapen.



Albert, maandag 13 juni.


Zondag 29 november 2015

Adventsconcert in de St.-Petrusbesiliek

We zijn vierentwintig uur verder, maandagmiddag. Terwijl het buiten stormt en regent mijmer ik nog even na over het mooie concert van gisteren. Op de achtergrond probeert Bach me van mijn werk te houden.

We hadden het groots opgepakt; het was immers de laatste activiteit in het teken van het jubileumjaar. Posters, flyers, banners, programmaboekjes, redactionele artikelen en wervende mailtjes naar familie en bekenden deden hun best om de zangliefhebbers naar de kerk te lokken. Er was alle reden voor: we hadden een gevarieerd programma te bieden met Telemann, Bach, Mendelssohn, Händel en minder bekende Engelse 19e-eeuwers, dat werd uitgevoerd door het voltallig koor met twee gasttenoren en twee solisten, de sopraan Evelyne Bohen en de tenor (en voor de gelegenheid ook bariton) Maarten van den Hoven. Twaalf strijkers, twee hoboïsten en een organist zorgen voor de begeleiding of speelden enkel instrumentaal.

De voorverkoop leek weinig goeds te voorspellen, maar de optimisten kregen grotendeels gelijk. De kerk was bepaald niet leeg toen het concert startte met de cantate van Telemann uit 1717, 'Machet die Tore weit'. Het openingskoor hebben we, dacht ik, verdienstelijk uitgevoerd, al kreeg ik de indruk dat we in het vuur van de Streit eventjes op hol sloegen. De solisten - wat is het toch een mooie sopraanaria - klonken uitstekend, zowel samen als alleen.

Thed moest hoog klimmen om het grote orgel te bereiken en om hem daarvoor de tijd te geven, had Maarten bedacht dat ik een korte toelichting zou geven op het programma. En als hij dat vraagt..
(Iemand zei na afloop ter begroeting tegen me, dat Haydn ook een goede componist was, wat ik schaapachtig, niet begrijpend beaamd heb. Pas vier mensen verder begreep ik dat ik in plaats van Händel 'Haydn' had gezegd. Oops, sorry Georg Friedrich.)

Een mooi orgel hebben ze, in Oirschot. En het werd nog fraaier toen Thed van den Aker het bespeelde.

In de uitvoering van het duet 'Mein Freund ist mein' van Bach zal ik me de hobosolo nog lang blijven herinneren. Geweldig vond ik het, geen herhaling was me te veel.

Na twee koralen, van Bach en Mendelssohn, werd het weer tijd voor iets louter instrumentaals: een concerto grosso van - inderdaad - Händel, mooi uitgevoerd door wat we wel erg nuchter het Begeleidingsorkest noemen. Het is veel meer, dat hebben we gehoord.

Na het feestelijke 'Tollite hostias' (Saint-Saëns) volgde het juichende 'O, thou, the central orb', waarna we met het smekende 'Never weather-beaten sail' (beide Wood) en de verstilde en ingetogen 'Advent Blessing' (Summers) besloten.
We deden het goed.

Een stil alleluja hing nog even boven een ademloos publiek.



Albert, 30 november 2015.



Zondag 4 oktober 2015.

Zestig jaar bestaan – een feestdag

De generale repetitie duurde lang, zeker voor onze dirigent, Maarten Koelink. Toen we tegen vijven stopten had hij een uur of drie staan corrigeren, stimuleren en zwaaien. Zwaaien bis zum Gehtnichtmehr. Op het laatst gaven zijn moede armen het op. Van zijn brede gebaren bleven slechts rudimentaire beweginkjes over. Het was maar goed dat we alles hadden doorgenomen.
Sommigen van ons zagen al spoken: hoe moest dat morgen,  tijdens de feestelijke mis op de 60ste verjaardag van het koor? Maar de meesten kennen hem, Maarten. Desnoods dirigeert hij met één been en twee wenkbrauwen. Daar heeft hij voor doorgeleerd, niet waar?

Maar nee, zo ver kwam het niet; op zondag 4 oktober stond hij volledig gerecupereerd voor het voltallige koor – bijna voltallig dan; we hadden met jullie te doen, Francien, Diny, Paula en Arno -, een veertienkoppig orkest, orgel en trompetten incluis, en vooraan vier mooi harmoniërende solisten,
Evelyn Bohen,  ervaren en professioneel, een genot om te horen.
Janneke Vis, een jonge alt die haar bescheiden rol in de Mozartmis prima vertolkte,
Maarten van den Hoven, een nieuw geluid in een gevoelige uitvoering en
Johan Feyen, een onwankelbaar diepdonkerbruin fundament.

Oog in oog met het gretig toegestroomde kerkvolk hadden we een heel programma af te werken. Wie zestig jaar musiceert heeft alle reden om Johann Sebastian na te zeggen:
Lob und Preis dem Herrn für seine großen Werke. Het was meer dan een binnenkomertje. Het lied daverde de kerk in en iedereen wist meteen wat we van plan waren: feesten.

De Missa Brevis in Bes KV 275 van Mozart, nu eens uitbundig en lichtvoetig, dan weer nadenkend en ingetogen, kwam op een enkel missertje na goed tot zijn recht.
Wolfgang Amadeus zal ook tevreden zijn geweest met het motet Sancta Maria Mater Dei, al hebben we het wat de dynamiek betreft volgens mij wel eens beter gezongen. Het is altijd weer wennen aan een heel orkest en een immense kerkruimte. De prachtige solo in het Laudate Dominum klinkt nog steeds in mijn oren. Wat kan die Evelyn toch fantastisch zingen. Je zou bijna vergeten dat je in het werk zelf ook nog een rol hebt. 
De Cantique de Jean Racine heeft Gabriel Fauré oorspronkelijk voor strijkers, orgel en gemengd koor geschreven. In die formatie konden wij het nu ook uitvoeren. Wat me opviel was de mooie homogene klank van het orkest (onder leiding van Marijke Creemers) hier nog eens extra hoorbaar werd. En dan die cello’s in de intro van de cantique!

Het slot van de viering vormde, als tegenhanger van het Bach-se dankmotet aan het begin de viering, het Te Deum van Tony Klaasen, die door ziekte helaas niet aanwezig kon zijn. Na de eerste uitvoering in oktober 2014 heeft hij het werk nog onlangs uitgebreid met een rol voor strijkers, waardoor het werk nog krachtiger geworden is.
Na een simpel begin van orgel (Thed van den Aker) en een gregoriaans melodietje voor sopraan kondigen de twee trompetten (René Hoffmans en Jan van der Schoot) als herauten voor een middeleeuws feestmaal het begin van het feestgezang aan: Te Deum! Smekend en jubelend, biddend en verwachtingsvol leidt het lied naar de eeuwigheid: usque in aeternum.
Hoe had de mis bij ons diamanten feest beter kunnen eindigen?

Een lunch voor alle medewerkers en aansluitend een receptie besloten het eerste deel van deze feestdag.

’s Avonds werd het gezellige en smakelijke diner besloten met een uitbundige feestavond. De aanstekelijke zeventigerjarenmuziek verleidde menigeen tot een rustig, vaak ook doldriest dansje dat lichamelijke ongemakken voor een paar minuten deed vergeten, resp. voor lange tijd veroorzaakte. Maar dat zien we later dan wel weer.

En al die tijd was Martie erbij. Niet alleen op deze zaterdag en zondag, maar ook al die zestig jaar daarvoor.
Mooi toch?!

 

Albert, 5 oktober 2015.

 

Zondag 15 maart 2015.

Theaterconcert met The Kolly Brothers en Allegria
in de Enck.

Mijn strikje, dat rode, ligt weer in het doosje. In mijn zwarte pak en een nog hagelwit overhemd zit ik achter de computer. Het is al laat, zondagavond. In die eksteroutfit lijk ik op afstand misschien wel een ouderwetse dominee die zijn preek voor volgende week alvast zit voor te bereiden.

Maar ik wil juist even achteruit kijken. In vol ornaat koester ik nog even de indrukken van het theaterconcert van vanmiddag om ze kakelvers vast te kunnen leggen. Ze zijn het waard.

We moesten even wennen. Een donker theater, tot de nok toe onzichtbaar vol, felle lampen, microfoons, ordelijk opkomen, draaikunstje, map in de linker en gedisciplineerd terug de catacomben in. Het is ook niet zomaar een concertje, het is theater-concert, met een regisseur (Johan van Genechten) en de nodige geluids- en lichtspecialisten. Het echte werk, dus.

Zingen ligt ons van nature beter, al zijn we niet gauw helemaal tevreden. Ontelbare herhalingen, extra repetitietijden en zelfs een paar herstelwerkzaamheden op het allerlaatste moment hebben we graag over voor een goed resultaat. En dat was er.

De kwaliteit van de uitvoering liep per uitgevoerd muziekstuk op; met de programmering zat het dus wel goed. Alleen de Beautiful Morning viel tegen. Het was dan wel een prachtige zomerochtend die we wilden bezingen, maar die schoonheid kwam in de uitvoering niet uit de verf. Oké, het KNMI zit er ook wel eens naast.
Daar stond tegenover dat we het spook van de opera nog nooit zo huiveringwekkend hebben neergezet als vandaag.
En zoals we de negro spirituals de zaal in jubelden leken we wel een geoefend gospelkoor. Mamy blue, wat is het lekker als een zaal gaat meeklappen! Juist in een genre waar we doorgaans weinig aan ruiken, jazzy en bluesachtig, gaven we de muziek op een smakelijke manier van jetje. De zaal ging plat.

Maar eerlijk is eerlijk: zonder het voortreffelijke combo Allegria en de onvolprezen Kolly Brothers was dat niet gelukt.

Het lijkt me dat het publiek genoten heeft van de muziek maar ook en misschien wel even veel van het zichtbare en hoorbare plezier dat het geheel uitstraalde. Wie hoort dan nog dat er een inzet ietsje minder was of een toontje iets te lang doorklonk?

Misschien Maarten zelf niet eens! Heb je 'm zien swingen?

 


Zondag 26 oktober 2014.


Tony Klaasen: Te Deum,
uitgevoerd in de St.Petrusbasiliek.


Of de uitvoering helemaal perfect was, weet ik niet. Vanaf de baspositie hoor je niet alles. Misschien is er hier en daar wel een foutje gemaakt, misschien was het een enkele keer een beetje ongelijk. Maar als je het publiek moet geloven – en dat moet – is het een heel bijzondere première van het Te Deum van Tony Klaasen geworden. Ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de bevrijding van zijn woonplaats Oirschot had hij onlangs dit Danklied voor de Heer gecomponeerd. Het Oirschots Gemengd Koor kreeg de eer het werk ten gehore te brengen.

Twee maanden heeft het gekost om het in te studeren en vandaag, zondag 26 oktober, stonden we voor een goed bezette basiliek waar we een deel van de officiële herdenking verzorgden. Met steun van Thed van den Aker als organist, Henk Scharenborg en René Hoffmanns als trompettisten en enkele vaste-gastzangers mocht het koor aan de componist zelf laten horen hoe zijn compositie klonk. Een essentieel deel van het werk was voor rekening van de soliste, de jonge, talentvolle sopraan Laetitia Gerards, die ons allen verraste met een ontroerende vertolking. De vele nuances in het werk kwamen door haar prachtige stem en haar artistieke gevoeligheid volledig tot hun recht. Een mooie uitvoering staat of valt met het werk van de soliste. Deze uitvoering stond. Als een huis.

Zoals gezegd, Tony Klaasen zelf zat in het publiek. Dat moet voor hem een bijzondere ervaring zijn geweest. Een werk dat alleen in je hoofd en op papier bestaat, komt tot leven. Als ik hem goed begrepen heb, heeft het koor zijn compositie vertolkt zoals hij het bedoeld heeft.

Maar ook voor de uitvoerenden was het heel bijzonder om in aanwezigheid van de maker een tamelijk moeilijk, maar prachtig muziekstuk uit te voeren. Zingen en spelen voor de oren van de componist-zelf blijkt te inspireren.

Konden Fauré en Bach ook maar eens komen luisteren. Bij de uitvoering van hun werk is het voor ons dan eigenlijk toch maar behelpen.



Albert, 26 oktober 2014.

(Om de hele herdenking te zien en vooral natuurlijk de uitvoering van het Te Deum, zoals opgetekend door de Kerk-tv van de St.-Petrusparochie in Oirschot: klik hier.

André wees me op de mogelijkheid te kijken en te downloaden op kerkdienstgemist.nl)


Zondag 21 september 2014.


Quatre-mains
Ook wel 'ns leuk, zo'n flitsoptreden van een half uurtje, zeiden we tegen elkaar.
De toehoorders, veel konden het er niet zijn in het intieme en huiselijke Boter-, of Mariakerkje in Oirschot, de toehoorders zullen er net zo over gedacht hebben. Ze konden komen en gaan als ze wilden en meepikken wat van hun gading was.
En blijkbaar was er iets te genieten want tijdens de uitvoering van het repertoire bleef iedereen aandachtig zitten luisteren.  
Na afloop kwamen er nog wat spijtoptanten binnen; die moesten het doen met het optreden van een volgend ensemble, dat zijn schaduwen al over onze uitvoering had geworpen: twee grotemensenvleugels stonden pontificaal te wachten op komende quatre-mains. En niet die van ons. Onze handjes mochten er niet aankomen. Bijgevolg moest het koor inschikken, de broekriem aanhalen en alleen nog uitademen. Gelukkig is dat laatste een voorwaarde voor de de zangkunst. Vlak achter het strijkkwartet, dicht bij de dirigent, voor en achter ingesloten kwamen we niettemin tot een prima prestatie. Leek mij.

Na Bachs Lob und Preis dem Herrrn en Mozarts Sancta Maria Mater Dei en zijn Credo uit de mis KV215 vond ik persoonlijk de uitvoering van de Cantique van Fauré het beste. Voor deze gelegenheid had Maarten een begeleiding voor strijkkwartet gearrangeerd, die mooi uit de verf kwam. Een lyrisch intro inspireerde het koor tot een mooie uivoering. Maar ja, als zanger hoor je het maar van één kant, niet waar?

Albert, 22-9-2014



Zondag 13 april 2014.

overzicht












Concert i.s.m. Zuid-Nederlands Kamerkoor.

flyer_middelVroeger heb ik een blauwe maandag toneel gespeeld. Meestal kluchten, Bloed en Liefde, Drie is te veel, dat werk. Ik was nog jong en wilde ook wel eens gek doen. In een simpel dorpszaaltje bestond het toneel uit een achterzijde van linnen panelen met een verschoten behang en de voorzijde werd door een doek afgesloten. Of beter: door twee doeken. Tegen alle verboden in maakte menige acteur met zijn wijsvinger een gluurspleetje om te zien of de zaal wel vol liep. Meestal niet, trouwens.

Daar moest ik aan denken op Palmzondag, vlak voor het concert met het Zuid-Nederlands Kamerkoor en Brabant Sinfonia, hoopvol wachtend op de komst van velen. Want laten we wél wezen: het was een duur grapje, alles bij elkaar, dus de kerk moest behoorlijk vol zijn om het risico voldoende 'af te dekken', zoals dat heet.

Moeilijk hoor, die Fauré. Maandenlang repeteren had de dag voor het concert tot een generale geleid, die weinig goeds voorspelde. Min of meer stiekem had ik een opname gemaakt, ergens midden in de kerk. Thuis had ik ze beluisterd, maar al bij de eerste maten klonk het voor geen meter, onzuiver, ongelijk en onevenwichtig.
Het was een krakkemikkige registratie, dat wel, maar wat vals klinkt, komt er vals op.
Ik heb tien minuten geluisterd en alles gewist.

Op zondag staat er ineens een ander koor. Misschien ligt het aan de entourage en de outfit, misschien aan het stokje van Maarten, maar dit is niet het doordeweekse, dit is het zondagse Oirschots Gemengd Koor. Het Palmzondagse.

Het Requiem klinkt zoals Fauré het waarschijnlijk bedoeld heeft; koor en orkest inspireren elkaar; de solisten klinken geweldig. Heel goed die bariton, Bruno de Jonghe, en wat een sopraan! Evelyne Bohen heeft in elk programmadeel een belangrijke rol, die ze met grote fijngevoeligheid en aanstekelijke vaardigheid uitvoert.
koor
Het Stabat Mater van Paul van Gulick - door het Zuid-Nederlands Kamerkoor onder leiding van de componist - maakt een overweldigende indruk. Serene droefheid, snerpend berouw, woeste wreedheid en hoopvol smeken, de kerk zit ademloos te luisteren.

De psalm van Felix Mendelssohn is een gezamenlijke productie. De driedelige compositie, gebed, wanhoop en paradijselijke vooruitzichten, komt mede door de prachtige rol van de sopraan, volledig tot haar recht.

(Voor een opname van Hör mein Bitten op 13 april 2014: klik hier).

Na afloop heb ik voor mezelf wel wat kritische kanttekeningen, maar dat blijken details te zijn. Immers, als iedereen na een langdurige ovatie opgestaan is, blijven er nog talloze luisteraars enthousiast napraten over hun ervaringen. Misschien heeft iemand Maarten of Paul wel om een handtekening gevraagd. Zou kunnen.

En, oja, er zaten heel veel mensen in de kerk.


Albert, 14 april 2014.



Zondag 6 oktober 2013

Herfstconcert in de St.Petruskerk

Het weer dwong me als het ware tot een wandeling op die prachtige herfstmorgen.
Na een paar kilometer zondagse stilte kreeg ik behoefte aan een beetje muziek. Het liefst iets totaal anders dan het concert met oude muziek dat we zouden gaan uitvoeren. Op mijn ipod koos ik de laatste cd van Leonard Cohen - heel laag, ik schat tot de lage e - en een jazzy Eva Cassidy - lekker licht.

Twee uur later stond ik net als alle betrokkenen te hopen dat het mooie weer niet heel Oirschot verleid had om in plaats van een concert toch maar een terrasje te pikken en ons zodoende alleen te laten met onze koorkunsten.
concertfoto
Och, er bleven wel wat rijen leeg, maar tussen de standaards, de instrumenten en de twaalf orkestleden door kijkend, leek me de kerk toch redelijk vol. Vol genoeg in ieder geval om optimaal gemotiveerd te blijven.

Vanuit de zangpositie krijg je niet meer dan een weinig betrouwbare indruk van de klank die je in die prachtige, immens grote kerk produceert, maar de luide echo die vanuit de hemel na Bachs motet "Lob und Preis dem Herrn" de kerk in schalde, was voor mij het teken dat de bedoelde Heer heel tevreden was. En Maarten, de dirigent, was het duidelijk óók. (Dat kun je altijd aan zijn gezicht zien. )
Hoe de delen uit het Gloria van Vivaldi uit de verf kwamen, met name het langzame en daarom zo moeilijke "Et in terra pax", was nog moeilijker in te schatten. Ik hoopte er het beste van.
Michaël Haydn schreef het paasmotet "Victimae paschali", een vrolijk stuk muziek, dat we adequaat uitvoerden, al leefden we qua liturgische tijd ongeveer halverwege tussen de vorige en de volgende pasen.
Het is altijd weer een plezier om Mozart te zingen. Deze keer stond het gebed "Sancta Maria, mater Dei" op het program. En weer meende ik na afloop tevredenheid te lezen op het gezicht van Maarten.

Het begeleidingsorkest speelde als intermezzo de kerksonate in C, KV 336, waar het publiek, waaronder de pauzerende koorleden, met veel plezier naar luisterde. Rob Nederlof kon laten horen wat hij op het orgel vermag en dat deed hij!

Het slotstuk vormde de Mis in G van Franz Schubert. Zoals het nu tijdens het concert klonk, zo had het in de vele voorafgaande repetities nog niet geklonken. En zo hoort het ook, natuurlijk.
Het koor op zijn best, het orkest optimaal en een prima inbreng van de solisten. Aan de tenor, Peter-Paul Houtmortels, had Schubert maar een kleine rol toebedacht en die van Geert van Hecke, bas, was maar een paar maten langer. Ze deden hun werk voortreffelijk. De kerkvullende prestatie van de sopraan Yoko Yagishita vond ik eerst verbazend en vervolgens ontroerend mooi.

Een langdurig applaus besloot het concert.
Er stapte geen dirigent van de bok, maar één brede glimlach, die de hele avond is gebleven.

En die blijft nog wel even, verwacht ik.

Albert



Zondag 23 december 2012

Kerstconcert in het Hof van Solms


De mussen vielen van het dak, zo warm was het nog in september. En wij maar kerstliederen repeteren. Op 23 december stond immers op de agenda: Kerstconcert door het Oirschots Gemengd Koor in samenwerking met de Kolly Brothers en een combo*). Nog bruin van de zonvakantie in Zuid-Frankrijk of vol herinneringen aan hoogzomerse dagen op Schiermonnikoog-of-zo oefenden we dus braaf teksten en melodieën over sneeuw en ijs, kille wind en snerpende kou. En natuurlijk vrede op aarde, grotendeels in het Engels; dat dan weer wel.

Niettemin werd het december en binnen een paar dagen was de zaal uitverkocht, zelfs voor twee uitvoeringen. Het enthousiasme groeide naar de mate waarin het buiten kouder werd. Hoewel de laatste repetities niet helemaal opleverden wat Maarten en de koorleden ervan gehoopt hadden, stónden we er op die zondagmiddag: het koor in feestverpakking, de Kolly Brothers in eensgezind familietenue en een combo dat tot in de vingertoppen - vooral dáár! - geconcentreerd was op een swingende uitvoering.

Aanvankelijke spanning ebde weg na een luchtige introductie door Kolly-Jozef. Op een enkel missertje na, dat het publiek ons conform de aangereikte kerstgedachte ongetwijfeld heeft vergeven, verliep het concert geheel naar de wensen van zowel de uitvoerenden als het aandachtige en steeds geestdriftiger wordende publiek. Van Mendelssohn en Händel, via andere bekende en minder bekende componisten leidde Maarten Koelink het koor in veelal eigen arrangementen naar de toegift, José Feliciano: Feliz Navidad.

Op dat aanstekelijke ritme dansten de aanwezigen na vijf kwartier luisterplezier naar een kop koffie of een glaasje glühwein, de gepaste afsluiting van een geslaagd concert.    

Albert.

*) Marcel Smulders, gitaar

Simon van 't Hoff, piano

Martie van der Ploeg, basgitaar.

 

 

Concert op zondag, een impressie bach

Zondag 3 juni 2012, 15.00 u.
St. Petruskerk, Oirschot

 

De meteorologische zomer is begonnen, maar op deze zondagmiddag staat de thermometer nog een streepje lager dan op de eerste kerstdag 2011. Bovendien regent het pijpenstelen.

In de omgeving zijn allerlei zomerse activiteiten georganiseerd, die jammerlijk in het water dreigen te vallen. Ik vind het heel vervelend voor alle toeschouwers die een alternatief moeten zoeken en ben blij dat we als Oirschots Gemengd Koor iets te bieden hebben.

Er zijn gelukkig behoorlijk veel mensen die de gelegenheid aangrijpen om te komen luisteren. De kerk is weliswaar niet vol, maar -laten we zeggen- goed bezet, als we om drie uur beginnen met de Kantate 'Brich dem Hungrigen dein Brot'. We worden begeleid door een adhoc-orkest dat voortreffelijk speelt. Zoals de voorzitter in zijn korte opening al opmerkt hoort dit werk tot de mooiste die Bach heeft gecomponeerd. Om er ook een mooie uitvoering van te maken is er onder leiding van Maarten Koelink maandenlang serieus gewerkt aan noten, tempi, frasering, uitspraak en samenklank. Vanmiddag moet het ervan komen.

Over de laatste repetitie had niemand een goed gevoel - er was dus alle reden voor optimisme. En volgens mij is de opzet geslaagd. Achteraf heb ik weinig kritiek, daarentegen veel lovende woorden gehoord van willekeurige bezoekers. Als uitvoerende zanger weet je nooit hoe zelfs een foutloze uitvoering overkomt in een grote kerk. Veel dingen heb je zelf in de hand maar niet de akoestiek van de zaal en nog minder de perceptie van de luisteraar. Maar als toehoorder van de uitvoering van het 4de Brandenburgs concert, dat het orkest na de Kantate ten gehore bracht, kreeg ik het vertrouwen dat ook het koor goed geklonken moest hebben. Met verve en veel plezier hebben we dan ook de drie zangstukken uitgevoerd, die het concert besloten.

Vooral het slotkoor, Lob und Preis dem Herrn, leek me bij uitstek geschikt om de bezoekers het gevoel te geven dat ze de rest van de druilerige, kille zondagmiddag met een opgewekt gevoel konden overleven.

 

Albert

 

 

 

 

 

Naar boven