niedermeyer
(Abraham) Louis Niedermeyer (1802-1861)

 

 

 

faure?student


Fauré in zijn Niedermeyertijd


fauré en claudine

Tekening van Gabriel met Claudine Viardot door haar moeder, Pauline















pauline
Pauline Viardot-García
(1821-1910)

















marguerite

Marguérite Hasselmans
(1874-1966)
































saint-saëns

 

 

 

 

 

 

 

 

Camille Saint-Saëns
(1835-1921)

 

 

 




 

 

Gabriel Fauré (1845-1924)
Requiem (op. 48)

(Beluister het werk op You Tube.)

 

Jeugd

Vader Toussaint-Honoré Fauré (1810-1885) was onderwijzer, toen Gabriel, zijn zesde kind geboren werd. Hij promoveerde in 1849 tot directeur van de École normale des instituteurs des Départements - zeg: kweekschool van de departementen - en nam toen pas zijn zoontje in huis, het huis in zijn nieuwe standplaats Montgauzy bij Foix, aan de voet van de Pyreneeën. Tot dan toe was het kind bij een pleegmoeder geweest, in de plaats waar hij vier jaar eerder, op 12 mei 1845, geboren was, Pamiers, een stukje meer naar het noorden. Waarom zijn moeder, met haar mooie naam Marie-Antoinette-Hélène Lafène-Laprade (1809-1887) niet zelf voor hem zorgde vermeldt de historie niet.
De Faurés waren altijd grootgrondbezitters geweest, maar de grootvader van de componist (ook een Gabriel) was slager en Toussaint zoals gezegd onderwijzer.

met broers
V.l.n.r. Albert, Gabriel, Armand, Fernand Fauré

De broers van Gabriel werden journalist, militair, politicus en ambtenaar. Gabriel had één zus, die later gewoon huisvrouw werd.
De jongste zoon viel in de niet bijster muzikale familie op door het gemak waarmee hij het harmonium bespeelde dat in de schoolkapel stond. "Ik groeide op als een rustig, welopgevoed kind in een prachtige omgeving. Het enige dat me nog helder voor de geest staat is het harmonium in de kleine kapel. Als ik even de kans schoon zag rende ik erheen en speelde erop, zonder methode, zonder veel techniek, maar ik was gelukkig.''
Wellicht heeft hij daar ook zijn eerste muzieklessen gekregen.


Internaat

Parijs 1850
Parijs - Pont Royal, omstreeks 1850


Een oude blinde vrouw, zo luidt het verhaal, maakte Toussaint opmerkzaam op het orgelspel van zijn zoon. De man zelf had daar wellicht geen oor voor. In 1853 hoorde een parlementslid uit Parijs het ventje spelen en hij probeerde Gabriels vader ertoe over te halen om toestemming te geven voor een studie aan de Parijse 'École de musique classique et réligieuse' van Louis Niedermeyer. Pa wilde niet direct instemmen. De kosten waren hoog en zijn salaris achtte hij niet toereikend. Pas toen hij na een jaar bedenktijd de garantie voor een stipendium kreeg, liet hij Gabriel gaan, helemaal naar Parijs. (1854) Wie wel eens met de auto van de Pyreneeën naar Parijs is gereden, kan zich voorstellen wat het voor een negenjarig jongetje moet zijn geweest om die afstand in het midden van de 19de eeuw te overbruggen. In 1850 reden er nog geen treinen in Zuid-Frankrijk, in 1860 wel, maar de lijn liep vanaf Toulouse via Bordeaux naar Parijs.

fauré_groep
2de van links onderaan: Fauré

Zo kwam de kleine Gabriel, na vier jaar bij zijn pleegmoeder en vijf jaar bij zijn ouders, in het muziekinternaat waar hij tot zijn 20ste jaar bleef. Hij kreeg er een gedegen opleiding in gregoriaans, orgel en 19de-eeuwse orkestliteratuur. Ook wereldlijke muziek en de klassieken kwamen aan de orde.
Louis Niedermeyer, zijn docent voor koraal, piano en compositie, was een soort pleegvader voor hem. Toen hij in 1861 stierf volgde Camille Saint-Saëns hem op. Die liet Gebriel kennismaken met de modernen: Wagner, Liszt, Schumann. Dat schiep een levenslange band tussen de twee.


Eerste successen

Zijn eerste werken ontstonden en hij wist de eerste prijzen in de wacht te slepen. In 1865 bijvoorbeeld werd hem de prijs voor compositie toegekend op basis van de Cantique de Jean Racine op. 11, die hij in 1865 in Bretagne had geschreven, in een periode waaraan hij weinig goede herinneringen had. Hij had daar geen greintje ambitie gehad (sans l'ombre d'ambition), volgens eigen zeggen.

Dankzij Saint-Saëns werd hij in maart 1870 organist aan de Parijse Notre-Dame-de-Clignancourt, maar al in augustus kreeg hij ander werk: hij moest bij de infanterie meevechten tegen de Oosterburen in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871). In maart 1871 hervatte hij zijn organistenbestaan, nu in twee andere kerken.


Salons en de liefde


Vanaf 1872 bezocht Fauré regelmatig de salon van de familie Viardot. De vrouw des huizes, Pauline Viardot-García was een erudiete en zeer muzikale dame, die goed kon zingen, al vergeleek Saint-Saëns in zijn mémoires haar timbre niet met fluweel, maar met een hap in een grape-fruit!. Ik krijg de indruk dat hij dat heel positief bedoelde.
Ook kon ze uitstekend pianospelen en sprak ze vloeiend Engels, Duits, Spaans en Russisch.
Zij en haar dochters moedigden Fauré aan om eens aan een opera te beginnen en composities bij gedichten te schrijven. (Pas in 1888 voltooide hij zijn eerste opera: Pelléas et Mélisande)
marie en gabrielBij de familie Viardot kwam hij ook in contact met Charles Gounod.
Marie Viardot en Gabriel - toen ze nog niet 'onverenigbaar'' waren..




Al meteen werd de 27-jarige Fauré smoorverliefd op dochter Marianne. Pas in juli 1877 verloofden ze zich en in oktober daarna werd de verloving alweer verbroken wegens imcompabilité d'humeurs, oftewel onverenigbaarheid van karakters. Zij voelde meer ontzag voor hem dan liefde. Dat had ze blijkbaar in hun voorverloving - vijf jaar lang - over het hoofd gezien.

Ondanks de blamage, die zo'n afgang betekende, bleef Gabriel in de omgeving van de familie en van andere salons optreden. Blijkbaar vond hij daar de compensatie voor de weinige huiselijkheid en warmte die hij in het ouderlijk huis had ervaren.

Om hem een beetje af te leiden van de gebeurtenissen bij de familie Viardot, nam Saint-Saëns hem in 1877 mee op reis naar Duitsland, waar hij kennismaakte met Franz Liszt, wiens dochter Cosima getrouwd was met Richard Wagner. Hij nam de beide Fransen mee naar verschillende Duitse steden om te laten horen en zien wat de beroemde schoonvader van zijn dochter aan opera's had gecomponeerd: Rheingold, Walküre, Tannhäuser, Meistersinger, Tristan und Isolde.
Fauré vond ze prachtig, maar ze hebben toch weinig invloed op zijn werk gehad.

Van componeren kwam indertijd trouwens niet al te veel want veel tijd moest hij besteden aan piano- en orgellessen, omdat zijn salaris anders niet voldoende was. Zijn werk, veelal in de vakantiemaanden gecomponeerd, bestond voornamelijk uit kleinere pianostukken en liederen. Omvangrijker waren een Symfonie in d, een Vioolconcert, zijn twee opera's (Pelléas et Mélisande en Prométhée) en natuurlijk het Requiem.


salon

Salon Viardot
Huwelijk.. en toch

Toen hij al bijna veertig was, vond hij dat het tijd werd om te trouwen. Zijn nieuwe geliefde heette Marie Fremiet (1856-1926), de dochter van een beroemde beeldhouwer. In 1883 trouwden ze en ze kregen twee zoons, Emmanuel en Philippe. Maar tot verdriet van zijn vrouw was hij niet graag thuis (horreur du domicile) en onderhield manlief nog altijd de nodige relaties met vrouwen, die hem tot nieuwe composities inspireerden. Hij had een verhouding met een zangeres, later met een componiste (Emma Bardac, later getrouwd met Claude Debussy), maar de belangrijkste onder de geliefden was Marguérite Hasselmans. Ze was dertig jaar jonger dan hij, bloedmooi, sprak Russisch, las Nietzsche, vertolkte Mozarts pianoconcert KV 291 met een cadens van Fauré en ... ze rookte in het openbaar. Met haar leefde Fauré openlijk in een soort tweede huwelijk, dat tot zijn dood duurde.
Toch heeft hij nooit een werk aan haar opgedragen omdat Marie, zijn enige echte vertrouwelinge bleef. Volgens sommigen had ze een moeilijk karakter.

Ochèrm, die Marie. Krijgt ze ook nog de schuld.


Requiem

Al in 1877 schreef Fauré een compositie die hij later in het Requiem gebruikte: het Libera me.
Pas in 1887 voltooide hij de eerste versie van het werk, dat, toch nog zonder Libera me, op 16 januari 1888 werd uitgevoerd in de Madeleine in Parijs. Zijn moeder was op 31 december 1887 overleden, maar waarschijnlijk heeft dat feit geen verband met ontstaan of de uitvoering van het werk. (Het stuk werd trouwens opgedragen aan een overleden architect.) 'Mijn requiem is zomaar gecomponeerd , voor de aardigheid, als ik het zo mag zeggen', zei de componist in 1910.
In 1888 schreef Fauré een tweede versie, het Libera Me werd erin opgenomen en het Offertorium breidde hij uit met het Hostias. Net als de eerste keer werd het in de Madeleine en ook weer onder zijn eigen leiding uitgevoerd. (1893)

madeleine
De derde versie voor heel orkest ging in 1900 in première. Of Fauré zelf of een van zijn leerlingen het stuk bewerkt heeft, weten we niet. Maar het was wel lange tijd de bekendste zetting. John Rutter *1945 (die van 'God be in my head') ontdekte in de jaren 80 het origineel van de versie met kamerorkest. Hij maakte een bewerking voor koor, solisten, orgel en harp.

Drie versies
Madeleine in Parijs


Bezetting:
1888
in La Madeleine in Parijs
o.l.v. Fauré
 
1893
in La Madeleine in Parijs
o.l.v. Fauré

 
1900
o.l.v. Eugène Ysaÿe
gemengd koor
 

   
solo sopraan
+
solo bariton
   
harp
       
pauken
       
orgel
       
violen
       
altviolen
+
2 trompetten
+
2 klarinetten
celli
+
3 trombones
+
2 fluiten
contrabassen +
4 hoorns
+
2 fagotten


Tekst

Ook wat de tekst van het Requiem betreft valt er een en ander op te merken.

De officiële uitvaartmis kent volgende gezangen: Requiem - Kyrie - Graduale (Requiem, In memoria erit justus) - Tractus (Absolve, Domine) - Dies irae - Offertorium - Communio (Lux aeterna) - Libera me.

Fauré laat Tractus en Graduale helemaal weg. Van het Dies Irae, dat eigenlijk uit 17 verzen van drie regels, 2 van twee regels, een 1 slotregel bestaat, gebruikt hij alleen die laatste: Pie Jesu.

Ook aan de tekst van het Offertorium is nogal gesleuteld:

De oorspronkelijke tekst luidt:

Domine, Jesu Christe, Rex Gloriae
Heer Jezus Christus, Koning van glorie
libera animas omnium fidelium defunctorum de poenis inferni et de profundo lacu
verlos de zielen van alle overleden gelovigen uit de pijnen der hel en de diepe afgrond.

Fauré laat de woorden 'omnium fidelium' weg, waardoor de betekenis wordt:
verlos de zielen van alle overledenen uit de pijnen der hel en de diepe afgrond.
Toch een belangrijk verschil.

In het tweede vers is de tekst van Fauré:
O, Domine, Jesu Christe, Rex Gloriae,
libera animas defunctorum de ore leonis ne absorbeat eas tartarus, ne cadant in obscurum.
bevrijd de zielen van de overledenen uit de muil van leeuw, opdat de afgrond hen niet zal verslinden en zij niet in de duisternissen verzinken.
In de oorspronkelijke tekst wordt eraan toegevoegd: moge Michaël ze naar het licht voeren, dat de Heer aan Abraham en zijn nakomelingen heeft beloofd.
Fauré laat het weg.

manuscirptHet In Paradisum hoort strikt genomen niet tot het begrafenisformulier van de kerk, maar Fauré, die, hoewel hij levenslang organist geweest is, niet religieus was, heeft het toegevoegd en daarmee een positief slot gegeven aan een requiem dat toch al niet zo zwaar en dreigend klonk als bijvoorbeeld dat van Berlioz. Angst voor hel en verdoemenis worden bij Fauré vervangen door positieve vooruitzichten.
Manuscript van Introitus en Kyrie





Conservatorium


Na een afwijzing in 1892 wegens zijn 'gevaarlijk modernistische' opvattingen, wordt hij in 1896 dan toch leider van de compositieklas in het conservatorium in Parijs. In 1905 wordt hij tot directeur bevorderd. Hij blijft zijn eigen composities uitvoeren in salons, nu ook in Genève en Londen.

Dan droogt zijn componistenbron langzamerhand op: tussen 1901 en 1905 verschijnt er maar weinig meer van zijn hand.
In het conservatorium propageert hij, tot verdriet van zijn collega's, in toenamende mate de moderne muziek. Hij maakt concertreizen naar Engeland, België, Duitsland en Rusland. Zijn zomervakanties brengt hij in Zwitserland en later aan de Côte d'Azur door.

fauré en harmoniumAl jaren, sinds 1903 heeft hij lichamelijke gebreken die hem bij zijn werk ernstig belemmeren. Zijn gehoor gaat snel achteruit. Hij lijdt aan een vorm van doofheid, die de klanken die hij hoort vervormt. Het lijkt alsof hij een veranderd toon-beeld heeft; wat van zijn composities vertolkt wordt, klinkt hem vreemd in de oren. Hij hoort andere tonen dan hij bedoeld heeft. Daar komt bij dat hij steeds slechter gaat zien. Zijn rokersleven eist nu zijn tol.


Laatste jaren

In 1920 trad hij terug als directeur van het conservatorium en werd hij geëerd met het Grootkruis van het 'Légion d'honneur', een voor musici zeldzame onderscheiding.

Zijn laatste werk was een strijkkwartet, waartoe onder anderen Ravel hem aangespoord had. Na een jaar van moeizaam componeren kon hij twee maanden voor zijn dood het laatste deel voltooien. Een aanbod om het privé voor hem alleen uit te voeren, sloeg hij af. De muziek werd door zijn oren vervormd tot een afgrijselijke geluid.

Op 4 november 1924 stierf Gabriel Fauré aan longontsteking.

Zijn Requiem klonk voordat hij naar zijn laatste rustplaats op het Cimetière de Passy in het westen van de stad gebracht werd.
hommage
Parijs eerde hem in 1922 met een concert in het theater.

Het conservatorium had toen al gebroken met de traditie die Fauré met zijn voorliefde voor moderne muziek had willen vestigen. 'Le modernisme est l'ennemi', aldus de nieuwe directeur Rabaud.....


interieur madeleine
postzegel


Interieur van de huidige Madeleine



 

Naar boven