12 jaar

Mendelssohn als 12-jarige

 

Abraham Mendelssohn
(1776-1835)

 

lea

Lea Mendelssohn-Salomon
(1777-1842)

 

 

 

 

 

 

 

 

zelter

Karl Zelter (1758-1832)

 

 

 

cecile


Cécile Jeanrenaud
(1817-1853)















 

















 

 
































 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




 

 

Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847)
Hör' mein Bitten (Ps. 55)

(Beluister het werk op You Tube.)

 

De stamvader
Gotthold Ephraim Lessing (1729-1781) schreef een toneelstuk met als thema: welke godsdienst is de ware? De hoofdpersoon, Nathan der Weise, maakt geen keuze tussen christendom, jodendom of islam. Wie de meeste mensenliefde bewijst, heeft de ware godsdienst.

mosesAls model voor de jood Nathan koos Lessing een van zijn vrienden: Moses Mendel, een arme leraar uit Dessau, die in Berlijn profiteerde van de godsdienstvrijheid onder het bewind van Frederik de Grote.

Moses Mendel
(1729-1786)

Abraham
Mendels zoon heette Abraham (1776-1835). Hij noemde zich Mendelssohn en bracht als kassier in Parijs en later als bankier in Hamburg en Berlijn de familie tot grote rijkdom.
Abraham trouwde met Lea Salomon, die net als hij bepaald niet onbemiddeld was; zeg maar puissant rijk. Haar broer, Jakob Salomon, bekeerde zich tot het christendom en haalde ook de Mendelssohns daartoe over. Jakob had bij zijn bekering een landgoed Bartholdy gekregen en die naam aan de zijne toegevoegd; Salomon-Bartholdy heette hij vanaf toen. Hij kreeg ook zijn zus en zijn zwager zover dat ze bij hun gereformeerde doop in 1816 de naam Mendelssohn uitbreidden tot Mendelssohn-Bartholdy, om zodoende de familietak duidelijk te onderscheiden van de andere afstammelingen van Moses Mendel.

Christendom was in die tijd wel degelijk een pré als je vooruit wilde in de maatschappij.  Assimilatie bracht welvaart, al moesten de kinderen zelfs na hun bekering nog vaak scheldpartijen en bespotting verdragen als ze over straat gingen.

Het gezin
Tot 1813 had de familie in Hamburg gewoond, maar de Franse bezetting van de stad en de invoering van het napoleontische verbod om handel met Engeland te drijven, het zogenaamde Continentaal Stelsel, maakten een verhuizing noodzakelijk.  Abraham, Lea en hun kinderen Fanny (*1805), Felix (*1809) en Rebekka (*1811) gingen naar Berlijn. In 1813 werd daar nog broer Paul geboren.

Moeder Lea was een getalenteerde pianiste en ze had al vlug ontdekt dat zowel Fanny als Felix ook veel aanleg voor muziek hadden. De muzieklessen werden gegeven door Kar Zelter en Ludwig Berger: piano, viool, dirigeren, componeren en zingen. In 1818 speelde het ventje de pianopartij in een trio met twee waldhoorns, tot verbazing van de journalist van de Leipziger Allgemeine Zeitung.
jonge f
Felix, de jongen

Fanny kon er ook wat van: in dat jaar speelde zij voor haar vader de 24 preludes van Bachs Wohltemperiertes Klavier. Uit het hoofd.

Vanaf  1825 woonde de familie in een paleis in de Leipziger Straße waar op zondag alles wat in Berlijn naam had, werd ontvangen: de gebroeders Grimm (van de sprookjes), Heinrich Heine (dichter van Die Loreley), Carl Maria von Weber, Clara Schumann, Nicolò Paganini en vele anderen.




Felix en Goethe

Goethe, de dichter die tijdens zijn leven al zeer beroemd was, verleende de kinderen Mendelssohn al in 1821 audiëntie in zijn huis in Weimar. Voor Felix had hij grote belangstelling, vooral ook omdat ze beiden hielden van Bach, Mozart en Beethoven. (‘Ich habe dich heute noch gar nicht gehört; mache mir ein wenig Lärm [maak eens een beetje lawaai voor mij, laat eens wat horen]
De 12-jarige Felix moest dikwijls iets voorspelen en Goethe was verrukt: Ich bin Saul und Du bist mein David. Wenn ich traurig und trübe bin, so komm zu mir und erheitere mich [vrolijk me op] durch Dein Saitenspiel [snarenspel]. goethe

Een jaar later somde zus Fanny even de composities van haar 13-jarige broertje op: een psalm, een pianoconcert, liederen, pianofuga’s, twee symfonieën, geestelijke koorwerken en een acte voor een opera.


Johann Wolfgang von
Goethe (1746-1832)




Matthäuspassion
Samen met zijn vriend Eduard Devrient begon hij er op het eind van de jaren-20 bij zijn muziekleraar Zelter op aan te dringen om de Matthäus Passion van Bach weer eens uit te voeren. Het werk was al honderd jaar oud en de laatste uitvoering onder leiding van de componist dateerde van 1742. Na de dood van Bach in 1750 had niemand het meer gehoord. In Mendelssohns tijd was het zo goed als vergeten. Waarschijnlijk zag Zelter er daarom ook te weinig succeskansen in.

In 1829 werd het werk in Berlijn desalniettemin weer uitgevoerd onder leiding van Mendelssohn, weliswaar in een verkorte vorm, maar het werd het begin van een traditie die tot vandaag de dag zou voortduren.

Reizen en optreden
Zijn vader spoorde hem aan om veel te reizen en hij zal ook wel het nodige kapitaal verschaft hebben. Felix heeft het advies uitbundig opgevolgd. Hoewel reizen toentertijd nog erg vermoeiend en belastend was, heeft hij heel wat van de wereld gezien: Italië (tot Napels), Zwitserland, Frankrijk, Nederland (Scheveningen, 1836), Silezië, Stettin, Frankfurt, Düsseldorf, Weimar, om maar eens een greep te doen. Maar de toplocatie was Londen: hij is er tien keer naar toe gereisd.

In 1828 was hij er na een woeste Noordzeetocht voor het eerst. Die onstuimige zee beviel hem allerminst en hij was blij dat de volgende reis een stuk rustiger was. De titel van de ouverture Meeresstille und glückliche Fahrt spreekt boekdelen.
In Londen aangekomen schrok hij van de mensenmassa’s en vond hij de stad ‘das grandioseste und komplizierteste Ungeheuer’ (het meest grandioze en meest gecompliceerde monster). Niettemin gaf hij er concerten bij de vleet en leefde er als een grandseigneur.
Vandaar vertrok hij naar Schotland (Schotse symfonie!) en de Hebriden (de gelijknamige ouverture!).

In 1830 was – via Weimar en weer Goethe – Italië zijn reisdoel. (Rond 1830 componeerde hij de beroemde Italiaanse Symfonie en de prachtige Lieder ohne Worte.) 
In 1832 woont hij enige tijd in Parijs, waar hij contacten heeft met Liszt en Chopin, al was hij niet erg onder de indruk van Liszt. Hij vond diens werk te veel op effect en virtuositeit berekend.
Een jaar later werd hij stadsmuziekdirecteur in Düsseldorf en werkte hij ook aan het theater aldaar. Maar zijn grote successen als dirigent moesten nog komen.
Het Gewandhausorchester in Leipzig, de stad van Bach, het 'Klein-Parijs' van de in 1832 gestorven Goethe, nodigde hem uit om de leiding over het beroemde orkest op zich te nemen. In 1835 trad hij voor het eerst in de nieuwe functie op. Clara Schumann en Chopin kwamen onder zijn leiding spelen en ook zijn eigen werken waren er geregeld te horen.  

Huwelijk
luzern
Gezicht op Luzern.
Impressie van Mendelssohn

In 1837 trouwde hij met de Frankfurtse domineesdochter, Cécile Jeanrenaud. Zij had veel talent voor tekenen, iets wat Felix zelf ook graag deed.
Het echtpaar kreeg vijf kinderen - drie jongens en twee meisjes. *)
Vanaf de tijd dat Felix een gezin had gesticht, wilde hij graag in de buurt van vrouw en kinderen blijven. Het liefst was hij thuis in Leipzig en hield hij zich met componeren en dirigeren bezig.

*) Ik las dat de middelste van de vijf, Paul, betrokken is geweest bij de uitvinding van aniline-inkt. Dat had ik altijd al zo graag willen weten.

Als de nieuwe koning van Pruisen, Wilhelm Friedrich IV, hem in 1840 vraagt om de Akademie der Künste te gaan leiden, bedankt Felix na een korte proeftijd.  Ook twee jaar later gaat hij niet op de invitatie in. Hij is niet zo erg bezig met successen voor het grote publiek. Hoe ouder hij wordt, hij aristocratischer zijn opvattingen: liever gewaardeerd door een kleine groep kenners, dan vereerd door het grote publiek.

Wagner en Mendelssohn
De zucht naar populariteit van bv. Richard Wagner kon hij allerminst waarderen. friedrich wDie relatie was trouwens toch heel koeltjes – om het zacht uit te drukken. Wagner, geen vriend van de joden en naar men zegt bang van het succes van Mendelssohn, schreef in zijn boek, Das Judentum in der Musik (1850) dat je aan Mendelssohn wel kon zien dat een jood met veel specifieke talenten, met een verfijnde en gevarieerde cultuur toch niet in staat was om muziek te componeren die ons diep in ons hart en onze ziel raakt.
Er wordt gespeculeerd dat hij Felix ooit een werk ter beoordeling had gestuurd
waarover hij nooit
Friedrich Wilhelm IV
(1795-1861)
meer iets
had vernomen...



Victoria
Ondanks zijn hang naar huiselijkheid moest hij toch nog vaak weg. In 1842 was hij in Londen waar hij als ultieme uitverkiezing in Buckingham Palace ‘en famille’ met Koningin Victoria en Prins Albert liederen van hemzelf en van zijn zus Fanny mocht uitvoeren. Naar verluidt had Hare Majesteit een mooie stem. victoria en albert

Koningin Victoria en Prins Albert, 1854

Zijn voorlaatste bezoek aan Engeland vond in1846 plaats bij gelegenheid van de première van zijn oratorium Elias in Birmingham. In die tijd werkt hij ook aan de Psalm ’Hör’ mein Bitten’.

Een jaar later komt hij nog één keer naar Londen. Voor een groot publiek soleert hij in het 4de pianoconcert van Beethoven en hij dirigeert zijn eigen Schotse symfonie.

Nog even iets uit het 19de eeuwse Shownieuws:
In 1844 ontmoet hij de Zweedse sopraan Jenny Lind, die hij bewondert om haar grandioze stem, ook al zingt ze in een van Meyerbeers opera's, die Felix absoluut niet kan waarderen. Meyerbeer is trouwens een ver familielid van hem. Maar er is meer: hij vindt Jenny blijkbaar ook in andere opzichten aantrekkelijk. Haar man, met wie ze na 1847 getrouwd is, beweert dat hij een brief van Mendelssohn uit het jaar 1847 heeft, waarin Felix aan Jenny voorstelt om er samen tussenuit te knijpen, naar Amerika. De brief bevindt zich in een notariële akte, die in het bezit is van de Mendelssohn Scholarship. Maar die wil hem niet vrijgeven.

Meer escapades zijn er van de componist niet bekend. Wat jammer nou voor Shownieuws.

Plotselinge dood
Begin maart hoort hij in Londen dat zijn zus Fanny gestorven is. Het bericht grijpt hem zo aan, dat hij van schrik en verdriet met een luide kreet bewusteloos neervalt.

maskerTerug in Leipzig krijgt hij tijdens een wandeling een beroerte. Zijn laatste woorden zijn: ‘Müde, sehr müde.’
Op 4 november 1847 sterft hij. (De doodsoorzaak is dezelfde als die van zijn grootvader, zijn ouders en zijn zus Fanny.)

Na de rouwdienst in de Paulinerkirche wordt zijn kist in een fakkeloptocht naar het station gebracht waar zijn laatste reis naar Berlijn begint. In de nacht stopt de stoet nog twee keer, in Köthen en in Dessau, waar een plaatselijk koor hem een huldeblijk geeft.

Felix gestorven

Zijn laatste rustplaats is op het Dreifaltigskeitsfriedhof in Berlijn, naast zijn zus Fanny.


Fanny

fannyZoals hierboven al gezegd is, was Fanny ook heel muzikaal. Voor een deel kreeg ze dezelfde muzieklessen als Felix en aanvankelijk traden ze ook gezamenlijk op. Maar een muzikale carrière was niet in beeld; haar vader vond dat ze het moest laten bij muziek als elegante tijdspassering, want dat was vrouwelijk, ‘und nur das Weibliche ziert die Frauen’.
De man die ze wilde kiezen, Wilhelm Hensel, een niet onverdienstelijke schilder, was niet goed genoeg in de ogen van haar moeder, maar uiteindelijk trouwden ze toch. (In 1830 wordt hun zoon geboren, die Sebastian Ludwig Felix genoemd wordt, verwijzend naar Bach, Beethoven en Mendelssohn.)

Felix was het met de opvattingen van zijn vader over vrouwelijke componisten helemaal eens. Dat zijn zus componeerde was tot daaraantoe, maar ze moest er geen beroep van maken. Ze hoorde het huishouden te bestieren. Niettemin voerde hij wel delen van haar werk uit. Hij publiceerde zelfs enkele composities, maar zonder haar als componist te noemen.  fanny kleur

Fanny Mendelssohn
Zij zelf wilde/durfde geen positie innemen wat betreft het publiceren. Ik sta er neutraal in, zei ze, Wilhelm wil het wel, jij wilt het niet. (‘Was das Herausgeben betrifft, so stehe ich dabei wie der Esel zwischen zwei Heubündeln’). Voordat ze iets zou publiceren wilde ze de toestemming van haar broertje. Die kwam er tenslotte. In 1846 schreef ze een pianotrio in d-moll waar Felix zich zuinigjes positief over uitliet. 

Een jaar later kan ze tijdens een repetitie, die ze met haar zondagskoor houdt, haar handen niet meer goed gebruiken. Vlak daarna sterft ze aan een beroerte. Volgens Felix had ze die morgen nog een lied gecomponeerd met de tekst: Gedanken geh’n und Lieder bis in das Himmelreich’ [Gedachten en liederen reiken tot in de hemel.]



Hör' mein Bitten
bartholomew
William Bartholomew

William Bartholomew (1793-1867), die de tekst voor het oratorium Elias had geleverd, gaf Mendelssohn in 1843, toen die het erg druk had met dat grote werk, de tekst van Psalm 55 Hear my Prayer met het verzoek er muziek bij te schrijven. In januari 1844 had Mendelssohn de eerste versie klaar.

Bij de repetities van Elias beloofde hij de bariton Robinson dat hij snel een orkestratie van de psalm zou maken. Maar het duurde tot 1847 eer die klaar was.



Structuur

Zoals gebruikelijk in de Engelse anthems, die Mendelssohn tijdens zijn vele bezoeken aan Engeland goed kende, bestaat de psalm uit een afwisseling van solo en koor, met veel aandacht voor de tekst.
  1. Het eerste deel in G-groot bestaat geheel uit solo.
  2. Het tweede deel in e-klein, Die Feinde sie droh'n, illustreert met snelle solo-tutti-wisselingen de strijd tussen degenen die hun gebed uitspreken en het leger van vijanden.
  3. Het derde deel, Mich fasst des Todes Furcht, bestaat vooral uit soli; het koor wisselt met korte intermezzi af.
  4. In het vierde deel, O könnt’ ich fliegen, krijgt het koor de functie van begeleiding.
Tekst
Waar de Duitse tekst vandaan komt, is niet helemaal helder. De Engelse tekst is een berijmde bewerking van de bijbeltekst; de vraag is nu of Mendelssohn die weer vertaald heeft, of dat hij de Duitse bijbeltekst van Luther als voorbeeld heeft genomen.
De tekst vertoont hier en daar overeenkomst:

Luther Mendelssohn
Gott, höre mein Gebet Hör' mein Bitten [eerste versie: Rufen]
des Todes furcht ist auff mich gefallen Mich faßt des Todes Furcht
O hette ich flügel wie Tauben / Das ich flüge und etwa bliebe O könnt' ich fliegen wie Tauben dahin.


Het rijmschema komt weer grotendeels overeen met de Engelse tekst.


Tekst en vertaling

Hör mein Bitten, Herr neige dich zu mir, auf deines Kindes Stimme habe acht
Ich bin allein, wer wird mir Tröster und Helfer sein,
Ich bin allein, ich irre ohne Pfad in dunkler Nacht,

Hoor mijn gebed, Heer buig u (neig uw oor) naar me toe, luister naar de stem van uw kind.
Ik ben alleen, wie zal mijn trooster en helper zijn,
Ik ben alleen, ik dwaal doelloos rond in de donkere nacht.

Die Feinde sie droh'n und heben ihr Haupt: 
"Wo ist nun der Retter, an den ihr geglaubt?"
Sie lästern dich täglich, sie stellen uns nach,
Sie halten die Frommen in Knechtschaft und Schmach.

De vijanden, ze dreigen en gooien hun hoofd in de nek. "Waar is nu die redder, aan wie jullie geloofd hebben?"
Ze bespotten u dagelijks, ze vervolgen ons,
Ze houden de vromen in slavernij en schande.

Mich fasst des Todes Furcht bei ihrem Dräu'n!
Sie sind unzählige - ich bin allein;
mit meiner Kraft kann ich nicht widerstehn,
Herr, kämpfe du für mich, Gott, hör mein Fleh'n

Ik word bevangen door vrees voor de dood als ze zo dreigen!
Ze zijn met ontelbaar velen - ik ben alleen;
met mijn kracht alleen kan ik er niet tegenop,
Heer, strijdt gij voor mij, God, hoor mijn smeken.

O könnt'ich fliegen wie Tauben dahin, weit hinweg vor dem Feinde zu fliehn!
In die Wüste eilt'ich dann fort,
fände Ruhe am schattigen Ort

O, kon ik maar vliegen als de duiven, ver weg om voor de vijand te vluchten!
Dan zou ik wegrennen, de woestijn in, en op een lommerrijke plaats rust vinden.



Ander werk van Felix Mendelssohn-Bartholdy (een kleine selectie)

mwv

1. Symfonieën: Schotse, Italiaanse, Reformatiesymfonie
2. Concerten: twee voor viool, vijf voor piano
3. Ouvertures: Ein Sommernachtstraum; Die Hebriden; Meersstille und glückliche Fahrt;
4. Theatermuziek: Ein Sommernachtstraum (met de beroemde Hochzeitsmarsch)
5. Oratoria: Paulus (1835), Elias (1846)
6. Opera's
7. Kamermuziek voor viool en idem voor strijkers
8. Pianomuziek (w.o. de Lieder ohne Worte)
9. Orgelmuziek
10. Liederen en duetten
11. Wereldlijke koormuziek (w.o. drie bundels: Lieder im Freien (=buiten) zu singen
12. Motetten
13. Cantates




 

Naar boven