Activiteiten, Mededelingen, Verslagen

Oirschots Gemengd Koor

70 Jaar Koorzang in Oirschot

Op 7 maart 2022 zijn we na corona opnieuw begonnen. Weliswaar met wat minder leden maar dubbel enthousiast hebben we de muzikale draad weer opgepakt.

Lang niet allemaal zijn het Oirschottenaren die lid zijn van het koor. Veel leden hebben er 's maandags graag een ritje naar Oirschot voor over om mee te zingen. Ze komen uit: Best, Boxtel, Spoordonk, Middelbeers, Oisterwijk, Rosmalen, Tliburg en Berkel-Enschot.
Heb je ook zin een wekelijkse maandagavond van zang, muziek en gezelligheid? Neem eens contact op!

Ook via deze site houden we de fans op de hoogte.

  • Informatie

    Repetities
    's Maandags 20.00 - 22.00 u
    in het gebouw van Oirschot-vitaal,
    Vier Uitersten 17, Oirschot.
    Secretariaat:
    Celestine van Loon,
    Molenstraat 43,
    5688 AC Oirschot.
    06-36057057

Mountainbike

Met de hond aan de lijn liep ik over het voetpad. Rechts lag het park met een crossbaantje van een heuveltje af, links een steile oever naar een brede sloot. Gekraak en gepiep achter me: een ventje van een jaar of zeven had schielijk geremd omdat hij ontdekte dat hij toch níet onder de hondenlijn dóór kon fietsen. Een krullenbolletje, een paar jaar jonger, kwam achter hem aan op een nóg kleiner fietsje.
‘Ga je crossen?’ vroeg ik. Het was het startsein voor een enthousiast verhaal over zijn kracht om eerst naar boven te lopen, over de razende snelheid waarmee hij naar beneden suisde en over de grotere fiets die hij binnenkort zou krijgen.
‘En kan je zusje het ook al?’
‘Da’s mijn broertje’, zei hij. ‘Ik heet Mees en hij heet Noah.’ Bijdetijdse namen dus. 
Ik verontschuldigde me met als verklaring dat de leuke krulletjes me op het verkeerde been hadden gezet. Maar ik had beter kunnen weten.
‘Meisjes kunnen toch niet mountainbiken!’ We gunden elkaar onze vooroordelen over vrouwen.

‘Is zo hard crossen niet een beetje gevaarlijk?’ grootvaderde ik. Nou voor hem niet, natuurlijk. Hoewel, hij was laatst de sloot in gereden, moest hij bekennen.
‘Ik vloog zo keihard naar beneden dat ik de bocht niet kon nemen en toen schoot ik over het pad en toen lag ik ineens in het water.’
‘Oei! En kun je al zwemmen?’
Ja hoor, met een paar slagen was hij aan de overkant gekomen.
‘Maar toen keek ik om en toen zag ik dat mijn fiets helemaal aan de andere kant lag. Toen ben ik meteen weer in de sloot gesprongen en toen ben met fiets en al op de kant geklommen.’
Hoe groot mijn verbazing ook al was, het krullenkopmenneke, dat tot nog toe niks had gezegd, deed er nog een samenvattend schepje bovenop: ‘Mees is een echte fietsenredder.’ Daar had ik niet van terug.

Op dat moment kwam de moeder om de hoek. We maakten even een praatje over de jongens en over het avontuur van de fietsenredder.
Ze keek even naar de oudste: ‘Daar weet ik helemaal niks van. Hoe kan dat nou, Mees? Waarom heb je dat niet verteld?’
‘Dat was ik vergeten’.
‘Hoe kun je dat nou vergeten; je bent in je natte kleren toch helemaal naar huis gelopen. Zoiets vergeet je toch niet!’
Eventjes stond hij met de mond vol tanden, maar hij herpakte zich: ‘Toen ik thuis kwam was ik al helemaal opgedroogd.’ Even vlug als hij uit het water was gekomen, had hij zich uit deze pijnlijke situatie gered.

‘O’, zei de moeder, ‘dan begrijp ik het.’ En gaf me een vette knipoog.
‘Dat manneke wordt later politicus,’ dacht ik.
‘Of autoverkoper.’

‘Of stukjesschrijver.’