Uit het Duits
Ich fahr dahin
Ik vertrek want het kan niet anders
Ik neem afscheid van mijn liefste
Mijn hart laat ik bij haar achter
Zolang ik leef blijft het zo.
Ik vertrek.
Dat zeg ik alleen tegen haar
en verder tegen niemand
Mijn hart heeft nog nooit zoveel verdriet gekend.
Ze houdt van me, hoe langer hoe meer,
Het afscheid doet ik me pijn.
Ik vertrek.
Wees altijd net zo trouw als ik,
Als jij het wilt vind je me terug
Pas goed op jezelf, dat vraag ik je.
God zegen je.
Ik vertrek.
Wees gegroet, Maria, gij moeder van God
zo zongen de engelen voor Maria die
in haar gebed, een innerlijke stijd voerde.
Maria gij zult een zoon ontvangen
naar wie hemel en aarde verlangen,
dat gij de moeder van de Heer zult zijn.
Och Engelen, hoe kan dat mij overkomen
Ik heb nog aan geen man bekemd
op deze immense wereld.
De engelen zonken toen op hun knieën
Ze zongen met zijn allen voor Maria
De lofzang!
Mendelssohn
Drei geistliche Lieder.
Lass, o Herr, mich Hülfe finden
Laat, Heer, mij hulp vinden,
luister welwillend naar mijn smeken,
als u mijn zonden mee gaat rekenen, k
an ik nooit meer, nooit bestaan.
Moeten mijn zorgen eeuwig duren,
moeten alle vijanden met mij spotten?
Moet ik zwak en hulpeloos treuren
en door u vergeten zijn?
Deines Kind's Gebet erhöre
Verhoor, Vader, het gebed van uw kind, zie op mij neer;
Verleen licht an mijn ogen, red me uit het donkere graf.
Anders drijft de vijand met mij, (och) arm, de spot
en triomfeert hij in trotse pracht ,
Anders vervolgt hij meedogenloos en spot met uw macht.
Herr, wir trau'n auf Deine Güte
Heer, wij vertrouwen op uw goedheid,
die ons op wonderbaarlijke wijze redt,
Zingen vol blijdschap liederen
voor u, steeds maar weer.
Hör' mein Bitten
Luister naar mijn smeken, Heer, neig u naar mij toe,
Schenk aandacht aan de stem van uw kind,
Ik ben alleen, wie zal mijn trooster en helper zijn?
Ik dwaal doelloos in de donkere nacht.
De vijanden, zij bedreigen me, en richten zich op:
‘Waar is nou die redder, waar jullie in geloven?’
Ze spreken kwaad over ons en vervolgen ons
En houden de vromen in slavernij en schande.
Ik sta doodsangsten uit door hun gedreig,
Zij zijn met zovelen en ik ben alleen
Ik ben niet sterk genoeg om ze te weerstaan.
Heer, strijd voor mij. God, hoor mijn smeekbeden!
Kon ik maar vliegen zoals de duiven,
en ver weg voor de vijanden vluchten.
Ik zou de woestijn in vluchten
en rust vinden op een schaduwrijk plekje.
Verleih’ uns Frieden
Geef ons vrede, wees genadig Heer, in onze tijd.
Er is immers geen ander
die het voor ons zou kunnen opnemen
dan alleen u, onze God.
