Gabriel Fauré

fauré
Gabriël Fauré
Fauré (lb) en broers
Fauré (lb) en broers
Louis Niedermeyer
Fauré (lb) en broers
Fauré (lb) en broers
Salon Viardot
Salon Viardot
Gabriel Fauré
Gabriel Fauré
Gabriel Fauré
Gabriel Fauré
Cosima Wagner-Liszt
Cosima Wagner-Liszt
Marie Frémier
Marie Frémier
Marguérite Hasselmans
Marguérite Hasselmans
Hommage aan Fauré
Hommage aan Fauré

Gabriel Fauré (1845-1924)

Jeugd

Vader Toussaint-Honoré Fauré (1810-1885) was onderwijzer, toen Gabriel, zijn zesde kind, geboren werd. Hij promoveerde in 1849 tot directeur van de École normale des instituteurs des Départements - zeg: kweekschool van de departementen - en in zijn nieuwe standplaats Montgauzy bij Foix, aan de voet van de Pyreneeën, kwam pas zijn zoontje bij hem in huis. Gabriel was tot dan bij een pleegmoeder geweest, in de plaats waar hij vier jaar eerder, op 12 mei 1845, geboren was, Pamiers. Dat dorp lag  een stukje meer naar het noorden. Waarom zijn moeder, met haar mooie naam Marie-Antoinette-Hélène Lafène-Laprade (1809-1887) niet zelf voor hem zorgde vermeldt de historie niet.

De Faurés waren altijd grootgrondbezitters geweest, maar de grootvader van de componist (ook een Gabriel) was slager en Toussaint zoals gezegd onderwijzer.

Gezin

De broers van Gabriel werden journalist, militair, politicus en ambtenaar. Gabriel had één zus, die later gewoon huisvrouw werd.
De jongste zoon viel in de niet bijster muzikale familie op door het gemak waarmee hij het harmonium bespeelde dat in de schoolkapel stond. "Ik groeide op als een rustig, welopgevoed kind in een prachtige omgeving. Het enige dat me nog helder voor de geest staat is het harmonium in de kleine kapel. Als ik even de kans schoon zag rende ik erheen en speelde erop, zonder methode, zonder veel techniek, maar ik was gelukkig.''
Wellicht heeft hij daar ook zijn eerste muzieklessen gekregen.

Internaat

Een oude blinde vrouw, zo luidt het verhaal, maakte Toussaint opmerkzaam op het orgelspel van zijn zoon. De man zelf had daar wellicht geen oor voor. In 1853 hoorde een parlementslid uit Parijs het ventje spelen en hij probeerde Gabriels vader ertoe over te halen om toestemming te geven voor een studie aan de Parijse 'École de musique classique et réligieuse' van Louis Niedermeyer. Pa wilde niet direct instemmen. De kosten waren hoog en zijn salaris achtte hij niet toereikend. Pas toen hij na een jaar bedenktijd de garantie voor een stipendium kreeg, liet hij Gabriel gaan, helemaal naar Parijs. (1854) Wie wel eens met de auto van de Pyreneeën naar Parijs is gereden, kan zich voorstellen wat het voor een negenjarig jongetje moet zijn geweest om die afstand in het midden van de 19de eeuw te overbruggen. In 1850 reden er nog geen treinen in Zuid-Frankrijk, in 1860 wel, maar de lijn liep vanaf Toulouse via Bordeaux naar Parijs.

Zo kwam de kleine Gabriel, na vier jaar bij zijn pleegmoeder en vijf jaar bij zijn ouders, in het muziekinternaat waar hij tot zijn 20ste bleef. Hij kreeg er een gedegen opleiding in gregoriaans, orgel en 19de-eeuwse orkestliteratuur. Ook wereldlijke muziek en de klassieken kwamen aan de orde.
Louis Niedermeyer, zijn docent voor koraal, piano en compositie, was een pleegvader voor hem. Toen hij in 1861 stierf volgde Camille Saint-Saëns hem op. Die liet Gabriel kennismaken met de modernen: Wagner, Liszt, Schumann. Dat schiep een levenslange band tussen de twee.

Eerste successen

Hij wist al vroeg prijzen in de wacht te slepen. In 1865 bijvoorbeeld werd hem de prijs voor compositie toegekend op basis van de Cantique de Jean Racine op. 11, die hij in 1865 in Bretagne had geschreven, in een periode waaraan hij later weinig goede herinneringen had. Hij had daar geen greintje ambitie gehad (sans l'ombre d'ambition), volgens eigen zeggen.

Dankzij Saint-Saëns werd hij in maart 1870 organist aan de Parijse Notre-Dame-de-Clignancourt, maar al in augustus kreeg hij ander werk: hij moest bij de infanterie meevechten tegen de Oosterburen in de Frans-Duitse oorlog (1870-1871). In maart 1871 hervatte hij zijn organistenbestaan.

Viardot, de salon en de liefde

Vanaf 1872 bezocht Fauré regelmatig de salon van de familie Viardot.

Pauline Viardot

De vrouw des huizes, Pauline Viardot-García, was een erudiete en zeer muzikale dame, die graag zong, al vergeleek Saint-Saëns in zijn mémoires haar timbre niet met fluweel, maar met een hap in een grape-fruit!

Ook kon ze uitstekend pianospelen en sprak ze vloeiend Engels, Duits, Spaans en Russisch.
Zij en haar dochters moedigden Fauré aan om eens aan een opera te beginnen en composities bij gedichten te schrijven. (Pas in 1888 voltooide hij zijn eerste opera: Pelléas et Mélisande.)
Bij de familie Viardot kwam hij ook in contact met Charles Gounod.

Al meteen werd de 27-jarige Fauré smoorverliefd op dochter Marianne. Ze verloofden zich in juli 1877, maar drie maanden later ging het stuk door imcompabilité d'humeurs, oftewel onverenigbaarheid van karakters. Van haar kant was het meer ontzag dan liefde. Dat had ze blijkbaar in hun voorverloving - vijf jaar lang - over het hoofd gezien.

Ondanks de blamage, die toch een afgang moet betekend hebben, bleef Gabriel in de omgeving van de familie en van andere salons optreden. Wellicht vond hij daar de compensatie voor de weinige huiselijkheid en warmte die hij in het ouderlijk huis had ervaren.

Om hem een beetje af te leiden van de gebeurtenissen bij de familie Viardot, nam Saint-Saëns hem in 1877 mee op reis naar Duitsland, waar hij kennismaakte met Franz Liszt, wiens dochter Cosima getrouwd was met Richard Wagner. Franz nam de beide Fransen mee naar verschillende Duitse steden om te laten horen en zien wat de beroemde schoonvader van zijn dochter aan opera's had gecomponeerd: Rheingold, Walküre, Tannhäuser, Meistersinger, Tristan und Isolde.
Fauré vond ze prachtig, maar ze hebben toch weinig invloed op zijn werk gehad.

Aan componeren kwam hij trouwens nauwelijks want hij besteedde veel tijd aan piano- en orgellessen, omdat zijn salaris anders niet voldoende was. Zijn werk, veelal in de vakantiemaanden gecomponeerd, bestond voornamelijk uit kleinere pianostukken en liederen. Omvangrijker waren een Symfonie in d, een Vioolconcert, zijn twee opera's (Pelléas et Mélisande en Prométhée) en natuurlijk het Requiem.

Huwelijk.. en toch

Toen hij al bijna veertig was, vond hij dat het tijd werd om te trouwen. Zijn nieuwe geliefde heette Marie Frémiet (1856-1926), de dochter van een beroemde beeldhouwer. In 1883 trouwden ze en ze kregen twee zoons, Emmanuel en Philippe. Maar tot verdriet van zijn vrouw was manlief niet graag thuis (horreur du domicile) en onderhield hij nog altijd de nodige relaties met vrouwen, die hem tot nieuwe composities inspireerden. Hij had een verhouding met een zangeres, later met een componiste (Emma Bardac, later getrouwd met Claude Debussy), maar de belangrijkste onder de geliefden was Marguérite Hasselmans. Ze was dertig jaar jonger dan hij, bloedmooi, sprak Russisch, las Nietzsche, vertolkte Mozarts pianoconcert KV 291 met een cadens van Fauré en ... ze rookte in het openbaar. Met haar leefde Fauré openlijk in een soort tweede huwelijk, dat tot zijn dood duurde.

Toch heeft hij nooit een werk aan haar opgedragen omdat Marie, zijn enige echte vertrouwelinge bleef.

Requiem

Al in 1877 schreef Fauré een compositie die hij later in het Requiem gebruikte: het Libera me.
De eerste versie van het Requiem, nog zonder Libera me, werd op 16 januari 1888 uitgevoerd in de Madeleine te Parijs. De dood van zijn moeder op 31 december 1887 heeft waarschijnlijk geen verband met ontstaan of de uitvoering van het werk. 'Mijn requiem is zomaar gecomponeerd , voor de aardigheid, als ik het zo mag zeggen', zei de componist in 1910.
De tweede versie uit 1888 met het Libera Me werd het in de Madeleine en ook weer onder zijn eigen leiding uitgevoerd. (1893)

De derde versie voor heel orkest ging in 1900 in première. John Rutter *1945 (die van 'God be in my head') ontdekte in de jaren 80 het origineel van de versie met kamerorkest. Hij maakte een bewerking voor koor, solisten, orgel en harp.

Tekst

Wat de tekst van het Requiem betreft valt er een en ander op te merken. Fauré laat verschillende gezangen uit de mis weg en wijzigt soms de tekst. Het Offertorium vraagt om de zielen van alle overleden gelovigen in hemel  op te nemen. Fauré laat het woord 'gelovigen' eenvoudig weg, wat theologisch natuurlijk wel een belangrijk verschil oplevert.

Het In Paradisum hoort strikt genomen niet tot het begrafenisformulier van de kerk, maar Fauré, die, hoewel levenslang organist, niet religieus was, heeft het toegevoegd en daarmee een positief slot gegeven aan een requiem dat toch al niet zo zwaar en dreigend klonk als bijvoorbeeld dat van Berlioz. Angst voor hel en verdoemenis worden bij Fauré vervangen door positieve vooruitzichten.

Conservatorium

Na een afwijzing in 1892 wegens zijn 'gevaarlijk modernistische' opvattingen, wordt hij in 1896 dan toch leider van de compositieklas in het conservatorium in Parijs. In 1905 wordt hij tot directeur bevorderd. Hij blijft zijn eigen composities uitvoeren in salons, nu ook in Genève en Londen.

Dan droogt zijn componistenbron langzamerhand op: tussen 1901 en 1905 verschijnt er maar weinig meer van zijn hand.
In het conservatorium propageert hij, tot verdriet van zijn collega's, in toenamende mate de moderne muziek. Hij maakt concertreizen naar Engeland, België, Duitsland en Rusland. Zijn zomervakanties brengt hij in Zwitserland en later aan de Côte d'Azur door.

Al jaren, sinds 1903 heeft hij lichamelijke gebreken die hem bij zijn werk ernstig belemmeren. Zijn gehoor gaat snel achteruit. Hij lijdt aan een vorm van doofheid, die de klanken die hij hoort vervormt. Het lijkt alsof hij een veranderd toon-beeld heeft; wat van zijn composities vertolkt wordt, klinkt hem vreemd in de oren. Hij hoort andere tonen dan hij bedoeld heeft. Daar komt bij dat hij steeds slechter gaat zien. Zijn rokersleven eist nu zijn tol.

Laatste jaren

In 1920 trad hij terug als directeur van het conservatorium en werd hij geëerd met het Grootkruis van het 'Légion d'honneur', een voor musici zeldzame onderscheiding.

Zijn laatste werk was een strijkkwartet, waartoe onder anderen Ravel hem aangespoord had. Na een jaar van moeizaam componeren kon hij twee maanden voor zijn dood het laatste deel voltooien. Een aanbod om het privé voor hem alleen uit te voeren, sloeg hij af. De muziek werd door zijn oren vervormd tot een afgrijselijke geluid.

Op 4 november 1924 stierf Gabriel Fauré aan longontsteking.

Zijn Requiem klonk voordat hij naar zijn laatste rustplaats op het Cimetière de Passy in het westen van de stad gebracht werd.

Parijs eerde hem in 1922 met een concert in het theater.

Het conservatorium had toen al gebroken met de traditie die Fauré met zijn voorliefde voor moderne muziek had willen vestigen. 'Le modernisme est l'ennemi', aldus de nieuwe directeur Rabaud.....

Naar boven

Fauré aan het orgel
Fauré aan het orgel